De grootouders van manlief kwamen van het Zeeuwse Noord-Beveland en woonden een groot deel van hun leven in het dorpje Colijnsplaat.
![]() |
| (Bron: Google Maps) |
Opa heb ik nooit meer meegemaakt, maar oma nog wel. In 1994 is zij op 92-jarige leeftijd overleden. Drie jaar geleden ben ik samen met mijn schoonmoeder en twee schoonzussen een keer naar Colijnsplaat gegaan, maar manlief was er verder nooit meer geweest. Toen ik zei dat ik een wandeling in het dorpje uitgestippeld had, was hij gelijk enthousiast en dat bleef hij ook gedurende de wandeling. Er was nog veel herkenbaars voor hem te zien en we zijn ook langs het huisje waar zijn grootouders vroeger woonden gewandeld.
Het dorpje is een beschermd dorpsgebied, wat inhoudt dat het straatbeeld en de gebouwen behouden moeten blijven, ook als het geen monumentale panden zijn.
Tijdens de Watersnoodramp van 1953 bleef het dorp, door een losgeslagen schip, gespaard. Terwijl met man en macht geprobeerd werd om de vloedplanken en de steunbeer op hun plaats te houden, dreef het schip voor de dijkdoorgang en redde hierdoor het dorp. Dit wordt 'Het wonder van Colijnsplaat' genoemd en ter ere van deze gebeurtenis werd in 1993 een monument, gemaakt door Jan Haas, onthuld.
Op mijn foto komt het monument niet helemaal goed tot zijn recht, want door de laagstaande zon en het vele tegenlicht kon ik geen foto van de andere kant nemen.
Vlakbij het monument, in de Oude haven, zaten twee aalscholvers op te drogen.
Aalscholvers hebben geen waterafstotende vetlaag zoals andere watervogels hebben, hierdoor worden in het water de veren nat en zwaar en moet een aalscholver de veren laten drogen, dat doet hij door de vleugels te strekken. Het voordeel van het missen van die vetlaag is dat de aalscholver wel dieper onder water kan duiken dan andere vogels. Typisch en gevalletje van 'ieder nadeel heb z'n voordeel' 😀
In de begineeuwen van onze jaartelling werd dit gebied al bewoond door Kelten en zij stichtten hier een nederzetting die waarschijnlijk Ganuenta heette. In de vorige eeuw werden resten van een tempel, waarin de godin Nehalennia vereerd werd, uit de Oosterschelde gevist. Nehalennia was de beschermgodin van de zeelui en de handelaars. In 2005 werd de tempel nagebouwd en je kunt binnen nog enkele tentoongestelde vondsten zien.
Langs de Oosterschelde lopend kwamen we Het Monument voor de Verdronken Dorpen tegen:
Tussen de jaren 1300 en 1700 verdwenen er minstens 117 dorpen in de golven. Het enige wat van zo'n dorp vaak nog te zien bleef, was de kerktoren. Dit monument stelt dan ook een torenspits voor.
We waren onderweg naar de Zeelandbrug:
Deze brug van iets meer dan vijf kilometer lang werd in 1965 gebouwd en verbindt Noord-Beveland met Schouwen-Duiveland. De brug is een rijksmonument.
Eindelijk had ik er weer eens aan gedacht om mijn glazen fotografiebol in mijn tas te steken:
Colijnsplaat heeft nog meer te bieden dan ik hier laat zien zoals een grote jachthaven, er zijn twee molens en een solexmuseum. Langs de Oosterschelde kun je verder fijn wandelen en fietsen en Colijnsplaat heeft een klein strand.











Een prachtige verhaal en mooie foto’s!
BeantwoordenVerwijderenDank je wel.
VerwijderenMooi verhaal. Aalscholvers zie ik wel eens. Nooit geweten van die vetlaag
BeantwoordenVerwijderenLaatst was ik in Middelburg (Kuiperspoort) en daar zat ook een groep aalscholvers in het water. Hier in de natuurgebieden zie je ze ook veel.
VerwijderenHet tempeltje en het monument voor de verdronken dorpen... ik heb ze gezien en er over geblogd. Maar van het wonder van Colijnsplaat had ik nog nooit gehoord. Wat bijzonder zeg. Als we weer in Groede zijn gaan we maar weer een dagje Noord-Beveland doen . Het is er zo mooi ook
BeantwoordenVerwijderenEigenlijk kom ik maar zelden op Noord-Beveland en misschien moeten wij er toch ook maar eens wat vaker heen.
Verwijderen